Aisha (12)

‘Al drie jaar is mijn grote broer ziek. Hij heeft een ernstig ongeluk gehad met de scooter. Daardoor kan hij niet meer werken en is hij ook snel boos. In huis zijn we allemaal zo stil mogelijk om hem niet te storen maar dat is niet makkelijk. Na school ga ik daarom altijd gelijk naar huis om te kijken of ik mijn moeder kan helpen. Ik heb namelijk nog twee kleine zusjes en die maken veel herrie. Mijn broer kan daar niet tegen dus vaak ga ik even met hem wandelen of ik pas op mijn zusjes als mijn broer ’s middags slaapt en mijn moeder boodschappen moet doen.
Jammer genoeg wordt mijn broer niet meer beter. Dat is zwaar voor mijn moeder en ik vind het rot als ze verdrietig is. Soms voel ik mij ook verdrietig omdat alles nu zo anders is. Of omdat mijn vriendinnetjes op school niet begrijpen dat ik steeds meteen naar huis wil.’

Menno (15)

‘Mijn moeder is vaak erg in de war. Ook kan ze heel somber zijn, dan komt ze helemaal tot niks. Een keer per week komt er een verpleegkundige langs voor mijn moeder haar medicijnen en om te kijken hoe het met haar gaat. Soms maken de medicijnen haar supermoe en dan ligt ze veel op bed. Meestal doe ik dan de boodschappen en ook kook ik wel eens. Ik ben blij dat ik iets voor haar kan doen maar als ik het druk heb met school of door voetbal maak ik mij zorgen. Eigenlijk gaat het op school ook helemaal niet zo goed.
Mijn ouders zijn gescheiden toen ik tien was. Mijn vader is hertrouwd en ik wil hem niet lastig vallen met mijn gepieker. Ik praat er niet graag over, ook niet met vrienden- nee, ik probeer het zoveel mogelijk zelf op te lossen.’

Janneke (22)

‘Ik heb een zusje van zestien die autistisch is. Ze kan niet praten en gaat sinds kort elke dag naar een zorgboerderij. Als ze thuiskomt eind van de middag ben ik er meestal voor haar. Ik studeer aan de Haagse Hogeschool en gelukkig zijn mijn colleges dan meestal wel afgelopen. Mijn ouders werken allebei en redden het niet om op tijd thuis te zijn als mijn zusje komt. Mijn vader probeert een andere baan te vinden maar dat is nog niet gelukt. Als mijn zusje thuiskomt maak ik wat te drinken voor haar en help ik haar schone kleren aan te trekken. Daarna kijken we meestal samen een dvd die zij leuk vindt over dolfijnen. Toen ik nog thuis woonde deden we nog veel meer samen. Ik vind het leuk om mijn zusje te helpen maar zal wel blij zijn als mijn vader ander werk heeft dichter bij huis. Nu mis ik een deel van het studentenleven en heb ik het gevoel nog niet echt uit huis te zijn.’

David (12)

‘Vaak als ik uit school kom, ga ik meteen naar mijn eigen kamer. Mijn vader zit dan bijna altijd voor de t.v. Soms alleen en soms met een vriend drinkt hij veel. Als ik niet op mijn kamer ben, wil hij de hele tijd met mij praten. Hij is wel eens gestopt met drinken omdat mijn moeder er niet meer tegen kon, maar hij hield het niet vol. Vroeger werd hij ook vaak heel kwaad als hij veel gedronken had. Nu is het gelukkig meestal rustig maar ik maak mij veel zorgen. Hoe moet het nou met hem? Het lijkt wel alsof het hem helemaal niets kan schelen. Mijn moeder doet alles voor ons maar vaak ben ik bang dat ze echt weg gaat. Nu roept ze het alleen maar. Op mijn kamer luister ik veel muziek en als ik niet kan slapen denk ik aan toen mijn oma nog leefde en we samen spelletjes deden.’